Water
8. Water om te zwemmen, te poetsen, te drinken en door te spoelen
Water is levensnoodzakelijk, zeker in het Dierenpark Planckendael!
Eerst en vooral zijn er de dieren die water nodig hebben. De vissen, watervogels en otters of capibara’s hebben vijvers nodig. Sommige dieren houden van een bad en hebben drinken nodig (zelfs de kameel!). Soms is water geschikt als 'hindernis' om gibbons of bonobo’s op hun terrein te houden, of om de temperatuur te regelen (dat zie je bij de koala’s). En elke dag is er water nodig om groenten te spoelen (voor mens en dier), om te poetsen, om door te spoelen of om de stallen schoon te maken, om planten te gieten enz.
Het dierenpark verbruikt dus een heleboel kostbaar water. Kostbaar, dat zeker, en niet alleen omdat we er moeten voor betalen, maar vooral omdat zuiver water meer en meer een zeldzaam goed aan het worden is, zelfs in ons natgeregende landje.
Het zuiveren van water om het geschikt te maken als drinkwater vergt heel wat inspanning. Vroeger lieten de mensen hun vuile water zonder meer rechtstreeks in de beken en rivieren vloeien. Maar die kunnen al dat vuil allang niet meer aan. Je hoeft – spijtig genoeg – maar een kijkje te nemen in de Barebeek die door Planckendael loopt om te weten wat dat betekent!
Planckendael springt zo zuinig mogelijk om met water.
Het vervuilde water wordt er opnieuw gezuivd. Je vindt er een heus waterzuiveringsstation! Laten we eens kijken hoe zo ’n installatie precies werkt…
Eerst en vooral verzamelen we het vuile water van stallingen, toiletten, enz. Het komt terecht in een grote vergaarbak, de buffertank. Dat water loopt daar niet vanzelf naartoe - het wordt erheen gepompt. De pomp zorgt niet alleen voor de stroming, maar zal ook het grovere vuil (takjes, bijvoorbeeld) fijnmalen.
De buffertank is dus een soort wachtkamer.
Vandaar gaat het water naar de beluchtingstank waar er – gek genoeg – slib wordt toegevoegd. Slib bestaat uit micro-organismen, bacteriën, die verlekkerd zijn op het vuil uit het water. Zij eten de afvalstoffen letterlijk op! Om die bacteriën lekker te verwennen, en nog actiever te maken, geven we ze extra lucht. Een beluchtingspomp brengt de nodige zuurstof in het water, terwijl een roerder ervoor zorgt dat het slib zo goed mogelijk verdeeld wordt in het vuile water.
Het mengsel van water en slib gaat nu naar de nabezinkingsbak, waar het slib rustig kan bezinken. Het slib pompen we dan terug naar de beluchtingstank of – als er te veel is – naar de slibtank.
Het water is nu al voor 80 % gezuiverd! Hoe krijgen we de overige 20 % zuiver? Ook hier weer geen filters of scheikundige stoffen, nee, de planten gaan het werk hier voor ons opknappen! Het water stroomt door een drietal bakken met waterplanten. Deze gebruiken de opgeloste meststoffen in het water gewoon als voedsel om te groeien. Niet verwonderlijk, dus, dat de planten zeer snel groeien! Wat te veel is, wordt systematisch verwijderd en belandt op de composthoop.
Na de waterplanten (die op het water drijven of onder water groeien) komt het water in een bak met moerasplanten. Deze wortelen in een grindlaag die werkt als een filter. De kleine grinddeeltjes houden onder andere de algen (microscopisch kleine waterplantjes) tegen. Ook de moerasplanten danken hun groei aan afvalstoffen. De bacteriën die op de wortels van de planten leven, nemen metalen op, die nog in het water overblijven (lood, zink, koper, …). Die metalen moeten eruit, want ze zijn heel ongezond! De planten slaan ze op. Zelfs in de winter, als het groen van de planten verdwenen is, leveren de wortels en de bijhorende bacteriën nog genoeg werk om het water te zuiveren.
Na deze laatste zuiveringsstap is het water zo goed als zuiver. Het is nog niet drinkbaar, dat niet, maar wel goed genoeg voor poetswerk of om de planten te begieten. Het teveel lozen we terug in de Barebeek – de kwaliteit zal er vast op vooruitgaan!








