Jan Bosteels
De voorbereidingen in verband met een nieuw Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2013-2020 zijn in volle gang. Industrie, groothandel, boerenorganisaties, milieu- en middenveldorganisaties laten hun stem horen. Het worden belangrijke maanden en jaren voor mens, dier en milieu.
De roots van het Europees landbouwbeleid
De noodzaak voor een Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) ontstond in de jaren vijftig. In het door WOII geteisterde Europa lag de nadruk aanvankelijk op een verhoging van de productiviteit van de landbouw, op voedselzekerheid en het leefbaar maken van de landbouwsector. Dank zij subsidies waren boeren zeker van goede prijzen en werden ze aangemoedigd om meer te produceren. Europa zette in op schaalvergroting en mechanisering van de boerderijen. Vanaf de jaren tachtig was Europa een zelfvoorzienende regio en meer dan dat. Melkplassen, wijnplassen, boter- en vleesbergen gaven aan dat de productiefixatie van het GLB te ver was doorgeschoten. De voedseloverschotten werden opgeslagen, vernietigd, geëxporteerd of gedumpt in derdewereldlanden met alle marktverstorende effecten van dien.

In de jaren negentig werd duidelijk dat het GLB een ander, meer duurzaam gezicht moest krijgen. Tevens groeide het bewustzijn dat landbouwers meer doen dan voedsel produceren alleen. Zij doen aan natuur- en landschapsbeheer en kunnen een belangrijke rol spelen in het stoppen van de klimaatsverandering.
In de 21ste eeuw werd de Europese landbouw meer marktgericht en minder subsidiegericht. De voedseloverschotten werden aangepakt door boeren te subsidiëren om een deel van hun land braak te laten liggen. Europa kan voldoende voedsel produceren om zijn bevolking te voeden, maar blijft grote hoeveelheden veevoer importeren uit minder ontwikkelde gebieden. De Europese landbouwers ontvangen nog steeds inkomenssubsidies en hebben zwaar te lijden onder de economische crisis, met de melkcrisis er nog eens bovenop. De liberalisering van de landbouwmarkt heeft voor grote prijsonzekerheid gezorgd bij landbouwers en consumenten. Tegelijk worden de nefaste gevolgen van de intensieve landbouw duidelijk, zoals de erosie van de bodem door het gebruik van zware machines. Epidemies als varkenspest, vogelgriep, mond-en-klauwzeer, BSE, blauwtong en Q-koorts geven telkens een knauw in het vertrouwen van de (vlees)consument, zorgen voor grote financiële verliezen en schijnen te suggereren dat de grenzen van de intensieve veehouderij stilaan zijn bereikt.

Nieuwe uitdagingen
Een nieuw landbouwbeleid voor 2013-2020 moet niet alleen lessen trekken uit de fouten en vergissingen van het verleden, maar ook voorbereid zijn op de nieuwe moeilijkheden en mogelijkheden van de toekomst. De tien nieuwe lidstaten die sinds 2004 en 2007 deel uitmaken van de Europese Unie hebben het aantal landbouwers in de EU meer dan verdubbeld. De zes miljoen boeren uit de vijftien oudere lidstaten van de EU werden aangevuld met zeven miljoen boeren uit Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovakije, Slovenië en de Tsjechische Republiek. De grote verschillen in inkomen en productiviteit tussen de oude en de nieuwere EU-landen vraagt om een gediversifieerd beleid.
Op wereldvlak moet een nieuw GLB rekening houden met de bevolkingstoename en de groeiende vraag naar voedsel, de toenemende vraag naar dierlijke producten in de groeilanden, de kwestie van de biobrandstoffen en de klimaatsverandering. De EU moet er bovendien over waken dat zijn landbouwpolitiek geen negatieve gevolgen heeft voor de ontwikkelingslanden en dat het beleid rekening houdt met de WTO-akkoorden (of dat die waar nodig worden aangepast).
Het GLB, dat oorspronkelijk was opgezet om Europa te voeden na WOII en de landbouwsector te versterken, heeft zijn doelstellingen de afgelopen decennia verruimd. De Europese consument eist in de eerste plaats kwaliteitsvol en veilig voedsel. De landbouw moet er daarnaast voor zorgen dat ook toekomstige generaties voldoende voedsel hebben en dat de gezondheid en de leefomstandigheden van het vee erop vooruit gaan. Europa staat voor de uitdaging om de landbouwsector te verduurzamen, de multifunctionele rol van boeren te ondersteunen, ervoor te zorgen dat er meer jobs komen in landelijke gebieden en zo een meer competitieve en innovatieve landbouwsector te creëren.
Belgische voorzetten voor een Europees beleid
In ons land werden onlangs enige voorzetten gegeven die de discussie over de contouren van een nieuw Europees landbouwbeleid stofferen. Half maart riep het Forum for the Future of Agriculture verzamelen in Brussel. Eind maart vond er een rondetafelconferentie plaats met vertegenwoordigers uit de Vlaamse en Waalse deelregeringen, de academische wereld, de Boerenbond, de milieu- en Noord-Zuid-beweging en het middenveld. Aanleiding was een concensusnota over een duurzaam toekomstig Europees landbouwbeleid, opgesteld door de Boerenbond enerzijds en Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO) anderzijds, waaraan mee geschreven werd door VODO-leden zoals Oxfam, Bond Beter Leefmilieu, Broederlijk Delen en Vredeseilanden.
Dat zo'n concensustekst tot stand kwam, is op zich al bijzonder. Het water was ooit bijzonder diep tussen de milieubeweging en de boeren, maar daar is de laatste jaren verandering in gekomen, zo bleek op de conferentie. "Landbouw is geen eiland, een maatschappelijk draagvlak is onontbeerlijk", erkende Boerenbond-voorzitter Piet Vanthemsche. "Wij kunnen niet alleen met onze eigen belangen rekening houden."
De Europese landbouwsubsidies hebben hun beste tijd gehad, daar is iedereen het over eens. Ook de landbouwers wensen hun inkomen uit de markt te halen. Alleen zo kan landbouw ook in sociale en economische zin duurzaam zijn. Maar om dat mogelijk te maken, is er noodzaak aan marktregulering. Piet Vanthemsche verwoordde het zo: "Landbouw betekent inkomen voor de boeren. Wij vragen een gereguleerde markt, maar beseffen dat het de markt zal zijn die de toekomst van onze sector zal bepalen. Boerenbond is een uitgesproken voorstander van samenwerking tussen boeren, het coöperatieve model ligt aan onze basis. Denk aan onze tuinbouwveilingen en onze samenwerking in de varkenshouderij."
Vanthemsche benadrukte ook de noodzaak van ondernemerschap in de landbouw, van stabiele prijzen, productiviteitsgroei en het implementeren van nieuwe technologie om met minder water en minder gewasbeschrijving landbouw te bedrijven.
Alex Danau van de ngo Collectif Stratégies Alimentaires benadrukte de noodzaak van stabiele en faire prijzen en wijst de industrie en de grootdistributie met de vinger. "We moeten de krachtsverhoudingen in de voedselketen herbekijken", zegt hij. "De marktmacht van de producenten moet worden versterkt, de coöperatieven zijn nog niet sterk genoeg en nog niet voldoende aanwezig op de markt. We moeten ook de macht van bepaalde sectoren inperken: de voedselverwerking en de distributie hebben buitensporig veel macht, dat heeft zijn weerslag op de voedselbevoorrading en het is nadelig voor landbouwproducenten. Uiteindelijk willen we duurzame landbouw overal op onze planeet en een waardig bestaan voor alle boeren."
Dat we in 2050 genoeg voedsel zullen kunnen produceren om een wereldbevolking van meer dan 9 miljard monden te voeden, daar waren de sprekers op het derde Forum for the Future of Agriculture vrij gerust in. Maar de vraag is hoeveel dat voedsel zal kosten, wie het zal kunnen betalen, en of het op duurzame wijze zal worden geproduceerd.
De toekomst van de landbouw
Ondanks de ethische bezwaren die vegetariërs en veganisten maken tegen de consumptie van vlees, is het zo goed als zeker dat de vraag naar dierlijke producten zal blijven stijgen. Die ontwikkeling hangt samen met de toenemende welvaart in delen van Azië. Om de impact op het milieu te beperken, moet de veeteelt van de toekomst duurzaam zijn. Dat betekent nieuwe en betere voedersystemen die ervoor zorgen dat er met relatief minder grondstoffen meer vlees kan worden geproduceerd. Het veevoer, dat nu grotendeels uit Zuid-Amerika afkomstig is, zou op duurzame wijze moeten worden geproduceerd (en liefst dichter bij huis). Aangepast voer kan ervoor zorgen dat de uitstoot van broeikasgassen door vee wordt verminderd. De dierlijke mest en het methaangas moeten maximaal als energiebron worden gebruikt.
Biobrandstoffen die uit voedingsgewassen als tarwe, maïs, suikerbieten, suikerriet en soja worden gewonnen, zullen hopelijk plaats ruimen voor de biobrandstoffen van de tweede generatie, gewonnen uit organisch afval als tarwestro en maïskolven, houtpulp, plantaardige olie, dierlijk vet en mest. In plaats van afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen kan de landbouw van de toekomst (opnieuw) een leverancier van brandstoffen worden.
Heel wat gewassen kunnen ook op een andere wijze de concurrentie met de olie-industrie aangaan. Denk maar aan bioplastics, biochemicaliën, biokleurstoffen en biodetergenten. De zogenaamde groene chemie maakt gebruik van plantaardige grondstoffen in plaats van aardolieproducten. Zo bestaan er plastic zakken uit zetmeel van maïs of aardappelen en lichtgewichtfietsen uit (onder andere) vlasvezels. Maar er is nog werk aan de winkel om groene chemie even milieuvriendelijk te maken als zijn naam doet vermoeden. Bovendien moet er ook over gewaakt worden dat de voedselproductie er niet door in het gedrang komt.
Sinds het begin van deze eeuw wordt natuurbeheer, van oudsher een taak van de landbouw, ook gehonoreerd door Europa. De EU steunt landbouwbedrijven die waardevolle landschappen zoals akkerranden, houtwallen en holle wegen in stand houden of creëren. Mooi meegenomen is dat dat ook de toeristische en recreatieve waarde van landbouwgebieden verhoogt. Meer en meer landbouwers zijn zich daarvan bewust en verdienen een deel van hun inkomen met hoevetoerisme.
De Vlaamse boeren hebben al heel wat inspanningen geleverd om het milieu minder te belasten. Dankzij het mestactieplan zijn bodem en water minder verontreinigd. Er worden ook veel minder bestrijdingsmiddelen gebruikt dan vroeger. In de toekomst zullen boeren meer en meer vergoed worden voor het leveren van milieudiensten, zoals waterbeheersdiensten, het in stand houden van landschappen en plattelandsontwikkeling.
Maar of dat allemaal voldoende is? Een aantal Europese actiegroepen vindt alvast van niet en roept in de 'Europese voedselverklaring' op om meer werk te maken van gezonde eetpatronen, ecologische duurzaamheid, eerlijke prijzen, GGO-vrije landbouw, korte en transparante voedselketens en meer informatie over en toegang tot streekgebonden producten. Want ook consumenten hebben de macht om iets aan ons landbouwsysteem te veranderen.

Achtergrondinfo over het Europese landbouwbeleid van de Europese Commissie
Vredeseilanden.be
Cijfers en studiemateriaal van de Vlaamse overheid, Departement Landbouw en Visserij
Verantwoorde sojateelt
Europese Voedselverklaring
De WereldMorgen.be 18 mei 2010, Vleesetende planeet legt boeren in Rondônia dictaat van de soja op
Jan Bosteels
Tekst gepubliceerd op 1 juni 2010








