Koala
6. Het koalapaleis
Koala’s zijn echte publiekslievelingen, ook in Planckendael. Maar nog veel belangrijker is dat je met dat paartje koala’s mee kan werken aan een internationaal kweekprogramma. De koala’s zijn als het ware ambassadeurs voor hun wilde soortgenoten en tegelijk eigenlijk voor alle andere diersoorten!
Koala’s zijn delicate dieren die heel speciale eisen stellen aan hun milieu, en dus aan hun verblijf in de dierentuin. Ze hebben een bepaalde temperatuur en vochtigheid nodig; ze hebben speciaal voedsel nodig; je moet ze een verblijf bezorgen, waar ze zich ook lekker in voelen, waar je bezoekers ze goed in kunnen zien, maar waar ze toch voldoende rust hebben, en nog zoveel meer.
Laten we beginnen met de temperatuur. Je kan de koala’s in geen geval buiten houden. Daarvoor is ons klimaat echt niet geschikt, zelfs niet in de zomer. Het is hier meestal veel te vochtig en te koud. Je moet ze dus een verblijf geven met een regelbaar klimaat. De temperatuur moet ongeveer 20 °C zijn. De verwarming komt uit een radiator. Die wordt, nogal klassiek, op temperatuur gebracht door een brander op aardgas, een brandstof met geringe verbrandingsgassen.
Aan die radiator staat een ventilator die de verwarmde lucht zo snel mogelijk verspreidt doorheen heel het verblijf.
En als het nu eens te warm wordt? Dan zet je toch gewoon de verwarming uit zoals thuis? Maar dat is soms niet genoeg. Zeker in zo’n gebouwtje met een heleboel glas kan de temperatuur al gauw héél hoog oplopen, veel te hoog voor onze koala’s. Eén te warme dag kan al genoeg zijn om de koala’s voorgoed kwijt te geraken. Daarom moeten we zorgen voor een goede koeling.
Als we dat water oppompen naar de tweede radiator die bij dezelfde ventilator staat, dan kan die ventilator de koelte van het grondwater in de radiator uitwaaieren doorheen heel het verblijf. Laat de zon maar schijnen; er is afkoeling genoeg!
Met het systeem van airconditioning zou je constant kunnen koelen en verwarmen, wat je maar wil. Het verbruikt echter zo veel elektriciteit dat we zoeken naar een milieuvriendelijkere oplossing. Onder het koalaverblijf, in de grond, op 40 meter diepte, is er een laag grondwater, lekker fris. En dat is nog niet alles.
Als het echt heet wordt, besproeien (‘beregenen’) we het glazen dak met water uit de vijver; dat helpt ook al een heel stuk! Het airconditioningsapparaat hoeft slechts te werken in noodgevallen.
Om de brander aan of af te zetten, het grondwater op te pompen of de beregening met vijverwater van het dak op te starten, zijn computergestuurde programma’s uitgedacht. In en op het gebouw is heel wat meetapparatuur aanwezig. Er is een thermometer, natuurlijk, een regendetector, een vochtigheidsmeter en een windsnelheidsmeter. Al die meters sturen hun metingen door naar de computer die reageert op die gegevens door de nodige apparaten in of uit te schakelen.
De luchtvochtigheid wordt geregeld door buitenlucht binnen te laten of juist niet binnen te laten. Als het te vochtig wordt, gaan de dakvensters automatisch open om te verluchten. Als het te droog wordt, moeten we alles natspuiten. Als de dakvensters openstaan en het begint buiten te regenen, dan stuurt de regendetector een signaal naar de computer om de dakvensters te doen sluiten.
Als de windsnelheidsmeter (beaufortmeter) een te harde wind noteert, zullen de dakvensters ook automatisch sluiten.
En als de temperatuur te erg daalt? Stel dat er een defect aan de verwarming is? Dan treedt het alarm in werking. Dan kunnen we eventueel nog extra bijverwarmen, of, in het ergste geval, de dieren tijdelijk naar een veilige plek buiten Planckendael brengen.
Zo zie je dat er aan heel wat moet gedacht worden, als je koala’s wil huisvesten.
Nog goed om weten is dat deze dieren speciaal voedsel nodig hebben. Ze eten bladeren van bepaalde soorten eucalyptusbomen, en die bomen zijn exclusief Australisch. Om niet helemaal afhankelijk te zijn van aanvoer van eucalyptusbladeren van elders, zet men in het dierenpark een eigen kwekerijtje op. Eucalyptus is immers gevoelig aan heel wat ziektes waar dikwijls duchtig voor gespoten wordt met allerlei bestrijdingsmiddelen. Zulke bestrijdingsmiddelen zijn zeker niet bevorderlijk voor de spijsvertering, of erger zelfs. Als we zelf eucalyptus kweken, besparen we op de hoge aankoopkosten en zijn we zeker dat er alleen op een milieuvriendelijke manier aan ziektebestrijding gedaan wordt. Je hebt geen transport nodig, wat goed uitkomt voor het milieu!



