Panda
4. Een huwelijksbureau voor kleine panda's
In het Dierenpark Planckendael vind je honderden dieren, waaronder ook panda’s.
Maar waar haalt men de dieren vandaan? Het is niet de bedoeling om ze zomaar uit de vrije natuur weg te kapen. Daarom is het belangrijk om kweekprogramma’s op te zetten voor dierentuindieren. Van bedreigde soorten hou je zo een gezonde reserve in dierentuinen. Sommige kweekprogramma’s leveren zelfs dieren terug aan de wilde natuur, zoals onze przewalskipaarden, monniksgieren en Pater Davidsherten.
Een kweekprogramma moet aan een aantal strenge voorwaarden voldoen. We willen immers gezonde dieren kweken, zowel voor de dierentuinen als voor de natuur. Je laat best geen broers met zussen kweken, of vaders met dochter, neven met nichten…
Dieren met erfelijke ziektes krijgen niet de kans om zich voort te planten, omdat de kans op afwijkingen bij hun nakomelingen te groot is.
In de dierentuin houdt men zorgvuldig bij waar de dieren vandaan komen, in hoeverre ze verwant zijn, of ze al veel of juist weinig vertegenwoordigd zijn in de dierentuinpopulatie, of ze niet erfelijk belast zijn, hoe oud ze exact zijn, enz.
Al die gegevens worden zorgvuldig bijgehouden in het stamboek. Het is de stamboekhoud(st)er die de uitwisselingen tussen de verschillende dierentuinen regelt. Als een ‘goed mannetje’ bij een geschikt wijfje moet terechtkomen, zal het regelmatig verhuizen...Zo'n mannetjespanda kan het al eens druk krijgen!
Als een kweekprogramma goed loopt, kan dat het voortbestaan van een diersoort verzekeren.



