Op de boekenmarkt
Klimaatrelativisme
Johan Albrecht
2007, Itinera Institute en Acco, Leuven, 160 blz., € 16,25
Bestellen bij Acco. Vermeld ARGUS en betaal slechts € 13,80 (excl. € 5 verzendingskosten)
Panta rhei, (alles verandert), schreef Heraclitus zo’n goeie 2500 jaar geleden. Maar of hij daarbij specifiek aan de klimaatproblematiek dacht, valt te betwijfelen. Niettemin haalt Johan Albrecht, docent economie aan Universiteit Gent en aan EHSAL Brussel, de beroemde uitspraak van de Griekse wijsgeer boven om in ‘Klimaatrelativisme’ de bevindingen van ‘de’ klimaatwetenschappers mee samen te vatten. Inderdaad verandert het klimaat altijd, nu en in de toekomst, stelt hij, maar in plaats van dat de mens nu maar eens leert leven met die verandering, moeten we blijkbaar dringend ons klimaat beter gaan beheren. De klimaatmodellen en een lawine van rapporten laten ons daarin geen keuze. Maar is dat echt zo, vraagt Albrecht zich af.
Is die voorspelde klimaatverandering nu echt zo problematisch? Waarom negeren we modellen die wijzen op een beperkte en beheersbare verandering van het klimaat? Want zelfs zonder speciale maatregelen, zou alles al bij al nog kunnen meevallen stelt Albrecht vast. Hij hekelt daarbij wat hij ‘de klimaathysterie’ noemt. Die domineert momenteel de media. Daarom wil hij in ‘Klimaatrelativisme’ de al te selectieve communicatie over de opwarming van de aarde relativeren. Daarnaast vindt Johan Albrecht ook dat de huidige fossiele energieschaarste nog wordt onderbelicht. Er is snel een nieuw energiesysteem nodig, niet noodzakelijk om het klimaat te sparen, dan wel om de grote economische baten ervan. Worden die baten wat meer in de schijnwerpers gezet, dan zou dat een effectiever beleid ten goede komen en de noodzakelijke technologische dynamiek versnellen.
Het hoeft geen betoog dat Albrecht met dit boek flink op tenen trapt door nogal licht over de ernst van de klimaatverandering heen te stappen. Albrecht vindt het VN-Klimaatpanel (IPCC) te ’pessimistisch’. Deze wetenschappers trekken nodeloos aan de alarmbel. Dit terwijl anderen steeds meer wijzen op de hoogdringendheid van de klimaatproblemen en het IPCC eerder als te voorzichtig bestempelen.
Hoe dan ook speelt een belangrijke ethische component in dit verhaal mee. Wie een opwarming van de atmosfeer van 2°C ’aanvaardbaar’ acht, - dit is de grenswaarde die de EU hanteert – die legt er zich bij neer dat vele miljoenen mensen de gevolgen daarvan zullen dragen. En dat zijn precies niet de VS, de EU, Japan of de andere landen die de laatste 200 jaar voor de grootste uitstoot hebben gezorgd. Integendeel zullen vooral de landen die amper verantwoordelijk zijn voor het probleem in de klappen delen: de laaggelegen eilanden, zwart Afrika en de megadelta’s. Een grotere sense of urgency van het klimaatprobleem is dus zeker verantwoord.


