ARGUS milieu
ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving 
  • A   A   A  
  •  
  • Over ARGUS
  • ARGUSactueel
  • ARGUSkenniscentrum
  • Contact
  •  
 
Login of registreer
 
  • Home
  • Kennis & Info
  • ARGUSprojecten
  • ARGUS steunt
  • ARGUSwinkel
  • Over ARGUS
  • Mijn ARGUS
  •  
  • ARGUSkenniscentrum
  • Debatten & seminaries
  • E-Nieuwsbrieven
  • Milieutips
  • ARGUSfilmforum
  • Archief
  •  
Home > Kennis & Info > Debatten & seminaries > Archief

RSS Archief

19 maart 2004 - ARGUSdebat: 'Natuurbehoud: op vaste grond?'

Op 19 maart 2004 vond in het Auditorium Herman Teirlinck van het KBC-gebouw te Brussel het seminarie en panelgesprek ‘Natuurbehoud: op vaste grond?’ plaats. Aanleiding was de persvoorstelling van de nieuwe ARGUSpublicatie ‘Natuurbeheer’ van Martin Hermy, Geert De Blust en Marc Slootmaekers.

Dirk Bogaert, lector aan de Arteveldehogeschool te Gent, legde als inleiding uit wat onder het veelgebruikte begrip ‘draagvlak’ moet worden verstaan. Hij definieerde draagvlak als een containerbegrip, dat inhoudt dat er sprake kan zijn van een positieve of neutrale houding en/of gedraging van een al dan niet rechtstreeks betrokken persoon of groep van personen. Draagvlak heeft daarbij een passieve en een actieve dimensie. Er zijn ook verschillende vormen van draagvlak: Het maatschappelijk draagvlak behelst de niet-georganiseerde burger en het sociale middenveld. Het bestuurlijke draagvlak moet worden opgesplitst in een politiek luik, naast het ambtelijke luik.

Het onderzoek omtrent draagvlak staat nog in de kinderschoenen, maar Bogaert lichtte toch al enige vaststellingen toe. Het gaat hem hierbij om grootschalig opinieonderzoek, longitudinaal opinieonderzoek en gevalstudies.

Uit dit alles blijkt dat er wel degelijk een sociaal draagvlak is voor natuurbeleid, maar dat er verschillende natuurbeelden worden gehanteerd. Een goede communicatie is cruciaal om het bestaande draagvlak te versterken en verbreden, aldus Bogaert. Natuurwetenschappers, beleidsmensen, recreanten, omwonenden met verschillende socio-economische kenmerken, landbouwers,… leggen immers allemaal andere cognitieve, ethische en esthetische klemtonen. Het komt erop aan om meer en andere actoren bij het natuurbehoud te betrekken en om het natuurbehoud met andere functies mee te koppelen. Daarnaast moet ook de interne draagkracht worden bewaakt en versterkt. De grote rol die vrijwilligers vandaag de dag spelen is positief in die zin dat die het maatschappelijke draagvlak voor natuur vergroot. Maar het risico bestaat ook dat meer wordt verwacht dan deze vrijwilligers aankunnen. Voor een voldoende draagkracht moet er een professioneel kader zijn, en moeten er de nodige financiële middelen voor worden vrijgemaakt.

Helena Berends, zaakvoerder van Regenboog Advies, gaf vervolgens een uiteenzetting over de relatie tussen economie en natuurbehoud. Zij focuste hierbij vooral op de vraag: wat gebeurt er in de regionale economie van een gebied met veel natuur? Berends lichtte in deze context de resultaten van een onderzoek in de Kempen en de Achterhoek (Nl.) toe. Uit dit onderzoek blijkt dat groene gebieden inderdaad geld aantrekken. Recreatie en toerisme bleken tientallen miljoenen € in de onderzochte gebieden te introduceren. De structuur van de regionale economie zorgde ervoor dat dit geld 1,5 keer meer opleverde (d.i. een multiplier-effect). Hierbij bleek dat, hoe groter de verwevenheid van sectoren die met natuur hebben te maken, hoe groter de multiplier.

Als trends onderscheidde Berends een teruglopende landbouw, een toenemende vraag naar natuur, o.m. voor recreatie, een toenemende vraag van burgers naar wonen in het groen, een toenemende vraag naar regionale producten. Ze merkt ook dat natuur op meerdere manieren kan worden gecommercialiseerd, en dat ik ook gebeurt. En de groene gebieden weten onvoldoende wat ze waard zijn, besloot ze.

Concreet betekent dit dat als men in groene gebieden wil investeren, zowel natuurlijk, economisch, menselijk als sociaal kapitaal tegelijk moeten toenemen om een blijvend effect te bekomen, aldus Berends.

Hoe dan ook is de economie van natuurgebieden nog slecht gekend. Als enkele aandachtspunten in de discussie gaf Berends verder nog mee dat ‘de markt’ nog altijd iets anders is dan ‘de maatschappij’. Ook ‘de vraag‘ is niet hetzelfde als ‘het aanbod’. Het komt erop aan zo goed mogelijk de maatschappelijke ontwikkelingen in de gaten te houden om ongewenste verrassingen te vermijden. Dit illustreerde ze met voorbeelden.

Na deze twee uiteenzettingen volgde een panelgesprek gemodereerd door
Jan Verheeke, directeur a.i. MiNaraad. In het panel zetelden Eckhart Kuijken, directeur van het Instituut voor Natuurbehoud, Walter Roggeman, voorzitter van Natuurpunt vzw, Helga Van der Veken, directeur ARGUSvzw en
Katrien de Vreese, uitgever-directeur van Davidsfonds Uitgeverij.

Het gesprek behandelde in essentie vier vragen: is er een draagvlakprobleem? Over wie gaat het als er over draagvlak wordt gediscussieerd? Waarvoor is een draagvlak nodig? En hoe moet dat worden uitgebouwd?

Volgens Helga Van der Veken is er zeker een positieve houding over wat groen is, maar is de link met de natuurwereld niet optimaal. Vanuit de natuurbehoudsector wordt te vaak boven de hoofden van de mensen gesproken. Duidelijke communicatie tussen alle betrokken partijen is daarbij heel belangrijk, anders bekomt men een tegengesteld effect van wat wordt beoogd. Van der Veken ziet in de communicatie naar een breed publiek toe voor ARGUS vzw een belangrijke rol weggelegd. Er is nood aan de vertaling van vakkennis naar een breed publiek toe, en dit niet op een schoolmeesterwijze, maar op een leuke, positieve ingestelde manier.

Eckhart Kuijken ziet een positieve tendens, maar waarschuwt ervoor dat men natuur teveel als consumptiegoed ziet. De intrinsieke waarde van natuur en biodiversiteit mag zeker niet over het hoofd worden gezien. Het belang van communicatie is dus zeer groot, maar hij stelt ook vast dat het zeer moeilijk is om aanbevelingen vanuit de wetenschappelijke wereld en de natuurbeschermingsbeweging te doen aanslaan. Bijvoorbeeld in de communicatie voor en tegen het VEN (Vlaams Ecologisch Netwerk) stelde hij vast dat de simpele boodschappen vanuit een NIMBY-instelling beter ‘verkopen’ dan een gemotiveerd, wetenschappelijk onderbouwd betoog.

Walter Roggeman stelt een traag, maar zeker groeiend ledenaantal vast. Hij benadrukt dat de natuurbeschermer niet moet verwachten dat iedere natuurliefhebber of –recreant ook met dezelfde wetenschappelijke bril naar natuur kijkt. Natuureducatie kan in dit opzicht waardevolle bruggen slaan. Verder ziet Roggeman voor Natuurpunt veel heil in bondgenotenstrategieën en draagvlakverbreding.
Inzake de communicatie rond het VEN is er sterk tekort geschoten, vindt Roggeman. Argumenten van de tegenpartij werden niet weerlegd. Het natuurbehoud ving daar de klappen van.

Katrien de Vreese stelt vanuit haar praktijk inderdaad vast dat er een markt is voor natuurboeken, maar merkt daarbij op dat de lezer vooral in kijkboeken is geïnteresseerd. Ze onderstreept de nood aan begrijpbare informatie.

Terug
  • facebook link Zet op Facebook
  • twitter link Retweet
  • Digg link Digg deze pagina
  • print link Print deze pagina
  • addthis link More
  •  
 
 

Debatten & seminaries

  • Agenda
  • Archief
  •  

FACEBOOK
Word fan van ARGUS

 

WANDELZOEKTOCHTEN
Wandelen met argusogen

 
 
2000 - 2012 © Argusmilieu  -  Disclaimer  -  Sitemap  -  Contact  -  site by 2Mpact