ARGUS milieu
ARGUS informeert en inspireert voor een duurzame, milieuvriendelijke samenleving 
  • A   A   A  
  •  
  • Over ARGUS
  • ARGUSactueel
  • ARGUSkenniscentrum
  • Contact
  •  
 
Login of registreer
 
  • Home
  • Kennis & Info
  • ARGUSprojecten
  • ARGUS steunt
  • ARGUSwinkel
  • Over ARGUS
  • Mijn ARGUS
  •  
  • ARGUSkenniscentrum
  • Debatten & seminaries
  • E-Nieuwsbrieven
  • Milieutips
  • ARGUSfilmforum
  • Archief
  •  
Home > Kennis & Info > Debatten & seminaries > Archief

RSS Archief

30 september 2003 - ARGUSdebat: 'De vergeten chemische stoffen'

KBC-auditorium, Brussel

Op 30 september 2003 organiseerde ARGUS vzw in het KBC-auditorium te Brussel het debat ‘De vergeten chemische stoffen’. Sprekers waren: Karel Verschueren, scheikundig ingenieur en consultant gespecialiseerd in gevaarlijke stoffen, Raf Bouckaert, Bayer Antwerpen; Lut van Hoebeke, Vlaamse Milieumaatschappij; Reinhilde Weltens, Vito afdeling Milieutoxicologie en Fawaz Al Bitar, Greenpeace. Moderator was Ben Van Heukelom, radio 1.

Karel Verschueren schetste als inleiding de problematiek van de zgn. ‘emerging substances’. Dit zijn chemische stoffen die algemeen voorkomen in het milieu, maar waarvan weinig of niets is geweten en waarmee in het chemischestoffenbeleid ook geen rekening wordt gehouden.
Door steeds betere analysemethoden en de toegenomen aandacht voor subacute en chronische effecten van milieugevaarlijke stoffen worden er steeds meer natuurlijke en milieuvreemde stoffen gedetecteerd. Het gaat om een zeer breed spectrum stoffen: genees- en ontsmettingsmiddelen, verzorgingsproducten, detergenten, additieven en contaminanten bij industriële processen, … en hun vaak zeer complexe afbraak- en onderlinge reactieproducten.

De samenstelling en eigenschappen van deze uiterst heterogene mengsels worden nog volop onderzocht, maar er duiken al verontrustende elementen op. Zo vertonen gebromeerde vlamvertragers, stoffen die onder andere in de electronica-industrie worden gebruikt, een uitgesproken nadelige hormonale werking bij mens en dier.

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) is sinds kort bezig met een inventarisatie en opvolging van dergelijke microverontreinigingen. Lut Van Hoebeke, VMM: “Uit de eerste variabiliteitsstudies blijkt hoe complex de samenstelling van afvalwater in vele gevallen is. Het is nog onmogelijk om risico’s en langetermijneffecten afdoende te voorspellen, maar het staat vast dat in de normering fysisch-chemische parameters best worden aangevuld met ecotoxicologische gegevens.”

“Biologische meetmethoden hebben al meermaals hun nut bewezen,” beaamde Reinhilde Weltens, VITO. “Biologische testsystemen die effecten signaleren op de reproductie, hormonale werking, cel- of genetische schade kunnen een zeer nuttige alarmfunctie vervullen. Bijvoorbeeld om de kwaliteit van afvalwater te bewaken. Als het alarm ‘afgaat’, is dat een startsignaal om stalen fysisch-chemisch verder te onderzoeken. In die zin vormen biologische testbatterijen een tandem met de fysisch-chemische tests. Ze zijn ook bijzonder geschikt om de gevaren van complexe mengsels in het milieu in kaart te brengen. Ze reageren immers net zo goed op gekende gevaarlijke stoffen als op hun onbekende reactie- of afbraakproducten, die niet op de zwarte lijst staan.”

“De chemische industrie is vragende partij voor, en vaak ook partner in onderzoek naar dergelijke signaaltesten”, aldus Raf Bouckaert, Bayer Antwerpen, “Het is voor een bedrijf van het grootste belang de reële risico’s van het productieproces en de eindproducten zo goed mogelijk te kennen.”

Greenpeace-medewerker Fawaz Al Bitar brak een lans voor innovatie en onderzoek naar alternatieven voor milieugevaarlijke stoffen. Greenpeace onderzocht eerder dit jaar het huisstof in de woonkamers van gezinnen in gans Europa. “Overal vonden we gevaarlijke stoffen: ftalaten, gebromeerde vlamvertragers, fenolen… Stoffen ook waarvan we maar kunnen raden naar de effecten op langere termijn. Het zijn stoffen die afkomstig zijn uit de consumptie van textiel, elektronica, …”

Voor Greenpeace heeft de substitutie van gevaarlijke stoffen prioriteit: “Het is aan de producent en de wetgever om samen naar minder gevaarlijke alternatieven te zoeken.”

Bouckaert waardeerde de waakzaamheid van Greenpeace, maar waarschuwde tegelijk voor een onterecht alarmeren van de consument. “Het heeft geen zin om paniek te zaaien. Vele van deze stoffen komen in dusdanig lage concentraties voor dat men ze wel kan meten, maar dat de effecten verwaarloosbaar zijn”, aldus Brouckaert. Hij onderstreepte ook dat aan chemische processen altijd wel een zeker risico verbonden is. “Er is een verschil tussen ‘gevaarlijk’ en ‘risicovol’. Sommige gevaarlijke stoffen zijn gewoonweg niet weg te denken uit onze samenleving, bijvoorbeeld aniline. Dit is een grondstof voor een breed gamma van producten, medicijnen, kleurstoffen, producten in de textielnijverheid,… Maar om aniline te maken is altijd benzeen nodig, een uiterst gevaarlijke kankerverwekkende stof. Het komt er op aan om de risico’s verbonden aan het werken met benzeen tot een absoluut minimum te beperken. En dat kan wel degelijk: door uitgebreide veiligheidsmaatregelen, intensieve controles, een zo goed mogelijk sluiten van de productieketen enz. Onvermijdbare risico’s moeten doordacht beheerd worden. Het bruusk verbieden van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen is uit den boze, want dat kan aanleiding geven tot nieuwe, nog grotere risico’s.” Toch onderschrijft ook Bouckaert het substitutieprincipe: “als er over de hele keten beschouwd minder gevaarlijke alternatieven beschikbaar zijn, dan zijn die natuurlijk eerst aan de orde.”

De campagne van Greenpeace zal de consument misschien wel bewustmaken van het probleem, maar in hoeverre kan die iets doen aan de kern van het probleem? Anders gaan consumeren?

Karel Verschueren: “De consument wordt heel slecht geïnformeerd over de milieu-impact van de producten en hun ingrediënten. Er is zeker nood aan begrijpbare informatie, duidelijke labels op producten. Maar niemand heeft boodschap aan een ingewikkeld wetenschappelijk document bij ieder product.”

Reinhilde Weltens is het daarmee eens:”Labelling en sensibilisering zijn inderdaad belangrijk. De gezinnen moeten hun rol inzien als vervuilingsbron via de producten die ze kopen. Hierrond is aangepaste communicatie nodig. Maar de mogelijkheden zijn beperkt. Consumentenzaken worden nu eenmaal niet via wetgeving geregeld”

Raf Bouckaert: “De consument ligt in de eerste plaats wakker van het uitzicht en de kwaliteit van de producten, niet van de gebruikte processen of ingrediënten. Soelaas zal er dus moeten komen van zowel overheid als industrie. De nieuwe Europese regelgeving kan daar aanzetten toe geven. Maar dan moet die ook worden uitgevoerd en gehandhaafd.”

“De consument en de publieke opinie moeten ervoor zorgen dat politici hun verantwoordelijkheid opnemen, “vindt Fawaz al Bitar. “het is inderdaad aan industrie en overheid om tot een duurzamer omgaan met chemische stoffen te komen.

Alle deelnemers van het debat verwachtten veel van de nieuwe Europese regelgeving REACH.

Wordt verwacht: REACH

25 jaar Europees gevaarlijkestoffenbeleid heeft geleid tot ruim veertig richtlijnen en verordeningen. Maar er gapen nog veel leemten in het beleid. Groot knelpunt blijft het gebrek aan kennis over het merendeel van de chemische stoffen, vóór 1981 in de handel gebracht. Er loopt weliswaar een evaluatieprogramma voor die stoffen, maar dit gaat niet alleen tergend traag, de testeisen zijn ook een pak soepeler dan die voor nieuwe stoffen. Tegelijk groeit de bezorgdheid over de schadelijke effecten van chemische stoffen op de gezondheid van mens en milieu.
De Europese Commissie wil het gevaarlijkestoffenbeleid daarom grondig hervormen. Centraal in de nieuwe strategie staat het zgn. REACH-systeem. REACH is één enkel geïntegreerd systeem voor de registratie, evaluatie en autorisatie (verlening van vergunningen) van chemische stoffen. Door REACH krijgen de ondernemingen die chemische stoffen produceren, importeren en gebruiken verschillende verplichtingen opgelegd. De risico’s verbonden aan het gebruik moeten worden beoordeeld, in gerechtvaardigde gevallen moeten nieuwe testgegevens worden geproduceerd. De precieze registratievoorschriften variëren naar gelang van de hoeveelheid die van een stof wordt geproduceerd en van de waarschijnlijkheid dat mensen of het milieu eraan worden blootgesteld. De bedrijven moeten ook maatregelen nemen om eventueel geconstateerde risico’s te beheren. De bewijslast voor het in de handel brengen van veilige chemische stoffen wordt dus verschoven van overheid naar industrie.

REACH voorziet ook dat testgegevens worden uitgewisseld om het aantal dierproeven te beperken. De registratie van informatie over de kenmerken, de gebruiksdoeleinden en het veilig gebruik van chemische stoffen maakt integrerend deel uit van het nieuwe systeem.

De ontwerp-regelgeving heeft net een uitgebreide consultatieronde achter de rug en wordt nu bijgesleuteld. Eind 2003 en lente 2004 zal erover worden gedebatteerd in de Europese Raad en vindt de eerste lezing plaats in het Europees Parlement.

Terug
  • facebook link Zet op Facebook
  • twitter link Retweet
  • Digg link Digg deze pagina
  • print link Print deze pagina
  • addthis link More
  •  
 
 

Debatten & seminaries

  • Agenda
  • Archief
  •  

FACEBOOK
Word fan van ARGUS

 

WANDELZOEKTOCHTEN
Wandelen met argusogen

 
 
2000 - 2012 © Argusmilieu  -  Disclaimer  -  Sitemap  -  Contact  -  site by 2Mpact